Zorg op maat
De behandeling binnen de Rooyse Wissel start met het leren kennen van de patiënt en zijn problematiek. Samen met de patiënt wordt geanalyseerd hoe het zover is gekomen dat hij een delict heeft gepleegd. Via delictanalyses en een delictketengroep brengt de patiënt de belangrijkste risicofactoren voorafgaand, tijdens en na zijn delict in kaart. Hierdoor wordt duidelijk waarom hij op dat moment op die plek met dat slachtoffer dat delict heeft gepleegd.
De behandeling wordt gericht op het verminderen van de risicofactoren. Hoe de behandeling wordt vormgegeven, staat beschreven in het behandelplan. Dat is de individuele wegwijzer voor de patiënt. Het Hoofd Behandeling (een gedragsdeskundige) is de regisseur van de behandeling en bepaalt hoe de behandeling van de patiënt eruit ziet. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met het Multidisciplinair Behandelteam. Het Multidisciplinair Behandelteam wordt gevormd door een Hoofd Behandeling, een forensisch maatschappelijk werker, een psychiater, een sociotherapeut en een individueel trajectbegeleider. Daarnaast kunnen ook vaktherapeuten, psychotherapeuten of gedragstrainers aansluiten. Dit is afhankelijk van hun betrokkenheid bij de behandeling van de betreffende patiënt.
Iedere patiënt wordt ingedeeld in één van de drie gestandaardiseerde zorgprogramma’s. Er is een zorgprogramma voor patiënten met een psychotische stoornis, voor patiënten met een persoonlijkheidsstoornis en voor patiënten met een verstandelijke beperking. Binnen deze zorgprogramma’s biedt de Rooyse Wissel zorg op maat. Wetenschappelijk onderzoek en diagnostiek spelen hierbij een belangrijke rol.
De behandeling van de patiënt is altijd gebaseerd op drie pijlers:
1. Sociotherapeutisch milieu: op de woonafdelingen van patiënten zijn altijd sociotherapeuten aanwezig. Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor de patiënten. De sociotherapeuten zijn er wanneer de patiënten problemen hebben, maar zijn er ook om de patiënten te motiveren, te corrigeren en te begeleiden. Het sociotherapeutisch milieu is een van de belangrijkste onderdelen van de behandeling binnen de Rooyse Wissel.
Patiënten verblijven, samen met tien of elf andere patiënten, op de woonafdelingen. De woonafdeling is hun dagelijkse leefomgeving, waar ze een groot deel van hun tijd doorbrengen. Iedere woonafdeling heeft een gemeenschappelijke woonkamer en keuken. Koken en schoonmaken doen de patiënten samen. Iedere patiënt heeft ook een eigen kamer met toilet en douche.
2. Therapie: afhankelijk van de problematiek van de patiënt worden verschillende therapievormen gebruikt. Dit kunnen individuele- of groepstherapieën zijn met een psycholoog of psychiater, maar bijvoorbeeld ook één van de vaktherapieën (muziektherapie, beeldende therapie en dramatherapie) of psychomotore therapie. De psychiater kijkt ook of een patiënt medicijnen nodig heeft om zijn ziekte onder controle te krijgen. Voor de ondersteuning bij het onderhouden of aanhalen van contacten met vrienden en familie zorgen de systeemtherapeut en de maatschappelijk werkers.
Om beter zelfstandig te kunnen functioneren, krijgt de patiënt trainingen aangeboden. Deze Liberman-trainingen zijn afgestemd op de problematiek. Voorbeelden van deze trainingen zijn ‘Omgaan met verslaving’, ‘Omgaan met vrije tijd’ en ‘Omgaan met sociale relaties en intimiteit’.
3. Tijdsbesteding, Leren en Werken (TLW): hoewel alles binnen de kliniek in het teken van de behandeling staat, bestaat het programma van de patiënt uit meer dan alleen therapie. Een groot gedeelte van de dag volgt de patiënt activiteiten (blokken) in het kader van tijdsbesteding, leren en werken. In overleg met het behandelteam en de patiënt wordt een traject uitgestippeld. Daarna wordt een evenwichtig dagprogramma samengesteld, waarbij rekening gehouden wordt met de interesse, mogelijkheden en aandachtspunten van de patiënt. Zo kan een dagprogramma worden gevuld met scholing en sport, maar ook met (onder meer) grafisch werk en fietsonderhoud. De individueel trajectbegeleider begeleidt de patiënt hierin en zorgt dat het dagprogramma aansluit bij de behandeldoelen van de patiënt.
|