De dag van Erwin

Ik zag geen patiënt die moeilijkheden veroorzaakte, maar een getraumatiseerd mens die een beter leven verdient.

“Ik werk op een afdeling met een lager beveiligingsniveau, waar patiënten relatief kort verblijven. Sinds kort zat hier een Somalische man die slecht Nederlands sprak. Hij heeft PTSS, onder meer omdat hij als kind had gezien hoe zijn vader werd vermoord en daarna zelf achterna was gezeten door de moordenaars. Om daarmee om te gaan, verdoofde hij zichzelf met alcohol, maar daar werd hij agressief van. Dat was meerdere keren uit de hand gelopen, daarom was hij bij ons geplaatst.

Ik werd zijn persoonlijk begeleider, maar communiceren was lastig. Daarvoor was zijn Nederlands niet goed genoeg. Hij had ook helemaal niets: geen werk, geen dak boven zijn hoofd, en hoewel hij al negen jaar in Nederland was, was zijn vrouw nog in Somalië. Ik zorgde dat hij kon bellen met zijn vrouw en moeder en keek wat er moest gebeuren om zijn vrouw naar Nederland te halen. Op die bewuste dag was er een brief binnengekomen van het ministerie van Justitie. Vanwege zijn delict werd hij gezien als gevaar voor de openbare orde of veiligheid. Daarom zou per direct zijn verblijfvergunning worden ingetrokken en zou hij het land uitgezet worden. Alleen: doordat hij geen Nederlands sprak, snapte hij niet wat er in die brief stond en wat de consequenties daarvan waren.

Ik zag geen patiënt die moeilijkheden veroorzaakte, maar een getraumatiseerd mens die een beter leven verdient.

Erwin

Het zorgde voor hoofdbrekens bij ons. Tot ik bedacht dat we een oud-collega hadden die uit Somalië kwam. Ik heb haar gebeld en zij is gekomen om te tolken. Zo konden we de man uitleggen dat de brief slecht nieuws was, maar dat we hem zouden proberen te helpen om de beslissing van het ministerie ongedaan te maken.

Het was een heel moeilijk gesprek, en tegelijkertijd was het mooi. Zijn motivatie voor de behandeling verdween, maar die wisten we terug te krijgen. Doordat we die dag via de tolk echt contact konden maken – iets wat hij door de taalbarrière met weinig mensen kon – en ik een advocaat voor hem had geregeld om de beslissing van het ministerie aan te vechten, groeide het vertrouwen dat hij had in mij, mijn collega’s en zichzelf.

Hij werd vanaf dat moment opener en opgewekter, als we samen tafeltennisten dan vertelde hij meer over wat hem bezighield, en hij kreeg het vertrouwen dat het goed kon komen met hem. Hij werkte hard tijdens zijn behandelingen en we zagen dat hij stappen maakte. Hij veranderde van een introverte in een extroverte man.

Dat hij had gewaardeerd dat we die dag, maar ook daarvoor en daarna, ons best voor hem hadden gedaan, werd extra duidelijk toen hij na negen maanden bij ons wegging. Hij vond het moeilijk om te gaan, wij waren zijn vertrouwde wereld, maar hij bedankte me en besefte dat hij verder moest om zijn leven op de rit te krijgen. “Als mijn vrouw in Nederland is, dan nodig ik je uit voor een kop koffie bij ons thuis”, zei hij tegen me.

Het is nu ruim 2 jaar later, en het gaat goed met hem. Hij heeft iets minder dan een jaar in de woonvoorziening gezeten waar ik hem naartoe had gebracht. Sindsdien woont hij begeleid. Of hij in Nederland mag blijven, is nog altijd de vraag. Die procedure loopt nog.

Ik kijk nog altijd met trots terug op die dag waarop we het slechte nieuws brachten, maar hem ook hoop en vertrouwen konden geven. Het hoort misschien niet direct bij onze taken om ook te helpen bij dit soort problemen, maar ik zag meer dan de moeilijkheden die hij veroorzaakte, ik zag een getraumatiseerd mens met een naar verleden. Iemand die een beter leven verdient. Als ik daarbij kan helpen door dat stapje meer te doen, dan doe ik dat. Dat is het zorghart dat mensen die hier werken, delen.”

Klik hier om meer onvergetelijke dagen van collega’s te lezen.

Lees ook


Werken bij | Collega's aan het woord

De dag van Marc

Werken bij | Collega's aan het woord

De dag van Katja