De dag van Katja

Mijn patiënt besefte dat wat hij gedaan had, niet was wat hij wilde. Hij geloofde dat ik hem kon helpen het anders te doen.’

“Een patiënt en ik spraken over het vooruitzicht dat hij had gekregen om door te stromen naar een andere afdeling. Het ging beter met hem en ik merkte dat hij dat zelf ook doorhad. Toen keek hij me aan en zei: ‘Ik heb er vertrouwen in. Het komt goed.’ Aan zijn houding zag ik dat hij dat ook echt voelde.

Dat ik hem mijn eigen woorden hoorde zeggen, was heel bijzonder. Als behandelaar dacht ik al langer dat het wel goed kon komen met hem. Ik probeer in een behandeltraject ook zaadjes te planten bij iemand door dingen te zeggen als ‘ik zie dit wel zitten’, ‘jij kunt dit’ of ‘ik heb hier wel vertrouwen in’. Maar dat moment waarop het niet meer zozeer van mij is, maar van hem, dat is heel mooi.

Het had ongeveer een jaar geduurd voordat we op dit punt waren. Hij had al een heel traject met opnamen en gevangenissen achter de rug, had als kind ook in meerdere instellingen gezeten en al veel contact met hulpverleners en behandelaars gehad. Dat ging niet altijd goed, dus er was veel wantrouwen. Dat uitte zich in dat hij aan het testen was wie ik was en wat ik voor hem kon betekenen. Dat vroeg hij ook letterlijk. Of hij zei: ‘deze behandeling heeft toch geen zin’, of ‘ik zit hier alleen omdat het moet’.

Om op dit punt te komen, hebben hij en ik hard moeten werken. Dat dit lukte, gaf dan ook veel voldoening. Maar het betekende vooral heel veel voor hem: hij besefte dat wat hij gedaan had, niet was wat hij wilde. Dat hij moest leren om op een andere manier met zijn emoties om te gaan. Hij was flink getraumatiseerd en kende twee strategieën om met moeilijke situaties en stress om te gaan:  van zich afslaan en middelengebruik. Nu geloofde hij dat ik hem kon helpen om het anders te gaan doen.

‘Mijn patiënt besefte dat wat hij gedaan had, niet was wat hij wilde. Hij geloofde dat ik hem kon helpen het anders te doen.’

Katja

Ik dacht aan hem te zien dat hij opgelucht was. Hij zag in dat hij niet alleen zijn problematiek is, maar een man met een verhaal, die ook weer terug de maatschappij in mag. Sindsdien durft hij ook meer te delen over dingen die hem als kind zijn overkomen, zijn opvoeding, leefomstandigheden en wat er in de aanloop naar zijn delict was gebeurd.

Van een man die heel sceptisch mijn kamer binnenkwam, veranderde hij in iemand die het fijn vindt om met mij te praten. Hij begon vertrouwen te krijgen in zowel zichzelf als in mij als behandelaar en ziet nu dat de gesprekken met mij hem wat opleveren. Daar wil hij in investeren. Zo herkent hij beter wat ervoor zorgt dat de spanning bij hem oploopt en hoe hij met zo’n situatie om kan gaan. Nu komt hij open bij mij binnen: ‘Hallo Katja, goedemorgen, wil je ook koffie?’

Naar dit punt in de behandeling werk ik met alle patiënten toe, maar dat komt voor ieder op zijn eigen moment. Maar de reden dat deze man me is bijgebleven, is dat hij van heel ver was gekomen en zijn problematiek complex is. Als kind was hij misbruikt en van instelling naar instelling gegaan, hij was psychotisch, is verslaafd en heeft narcistische, antisociale en borderline kenmerken. En hij heeft een ingewikkelde band met zijn netwerk buiten, onder wie zijn kinderen, wat het nog complexer maakt.

Dat hij dit vertrouwen in zichzelf en in mij uitsprak, was zo’n belangrijke stap. Hij had nog een lange weg te gaan, maar de voorwaarde om daaraan te beginnen, was er nu.”

Klik hier om meer onvergetelijke dagen van collega’s te lezen.

Lees ook


Werken bij | Collega's aan het woord

De dag van Marc

Werken bij | Collega's aan het woord

De dag van John