De dag van Marc

‘Mijn beeld van tbs’ers veranderde: ik zag geen brute, provocerende man, maar kwetsbaarheid, schuld en schaamte.’

“Een vriend van mij werkte bij De Rooyse Wissel en zei al een hele tijd dat dit werk ook echt wat voor mij was. Maar ik dacht aan een tbs-kliniek als een plek waar continu conflict was, met stoelen gegooid werd, bedreigingen werden geuit en opstanden uitbraken. Zelf heb ik een zachtaardig karakter, dus dat paste helemaal niet bij mij. Omdat hij niet van ophouden wist en ik mijn werk niet zo uitdagend meer vond, heb ik uiteindelijk toch een brief gestuurd.

Ik herinner me nog hoe ik hier die eerste dag aankwam. De hoge hekken met stroomdraden en het enorme gebouw maakten veel indruk op me. Ik heb op de parkeerplaats nog even overwogen om weer naar huis te gaan. Maar ik dacht: als ik vandaag doorkom, dan kan ik met alle fatsoen zeggen dat het niets voor mij is. Dus ondanks de zenuwen ging ik. Ik nam me voor om nooit met mijn rug naar een patiënt toe te staan en de hele dag volledig op mijn hoede te zijn.

Al gelijk zag ik hoe verkeerd mijn beeld van de tbs was. Achteraf denk ik dat dit vooral gebaseerd was op van die Amerikaanse gevangenissen. Ik werd heel vriendelijk opgevangen door collega’s en kwam er snel achter dat patiënten helemaal niet continu uit waren op conflict. Ze waren een sigaretje aan het roken, wat aan het eten, en vroegen uit interesse of ik daar zou komen werken. Heel menselijk. Zoals een collega die avond zei: deze mensen zitten hier om wat ze hebben gedaan op de donkerste dag van hun leven, zo zijn ze niet elke dag.

‘Mijn beeld van tbs’ers veranderde: ik zag geen brute, provocerende man, maar kwetsbaarheid, schuld en schaamte.’

Marc

Het eerste gesprekje dat ik met een patiënt had, was terwijl hij op de binnenplaats aan het roken was. Hij, een collega en ik zaten aan een tafeltje en hij vertelde onder andere over zijn vader en zijn thuissituatie. Hij was heel vriendelijk en ook best open naar mij toe, en beschaamd toen hij vertelde over dingen die hij had gedaan.

Ook dat paste weer niet in mijn beeld van tbs’ers: hij was geen grote, provocerende, brute man, ik zag juist kwetsbaarheid, angst, schuld en schaamte. Ik kreeg compassie voor hem: hij wilde niet ziek zijn, had ook niet in de kliniek willen zitten. En hij moest leven met het schuldgevoel dat hij had vanwege zijn daden. Hij straalde uit: ik heb gefaald en ik kan het normale leven niet aan. Dat maakte indruk op me.

De hele avonddienst bleef ik zenuwachtig. Maar door de ontspannen houding van mijn collega’s voelde ik me steeds veiliger. En de feedback die ik van hen kreeg gaf me vertrouwen. Ze vonden dat ik respectvol was naar de mannen, rustig, afwachtend. De spanning die ik voelde, straalde ik dus niet uit. Daardoor werd ik gesterkt in het idee dat het misschien tóch iets voor mij was.

Na mijn dienst liep ik met collega’s naar buiten. Ik was enorm onder de indruk van alles wat ik had gezien en meegemaakt en tegelijkertijd was ik opgelucht dat ik de spanning die ik de hele avond had gevoeld, kon loslaten. Ik dacht: dit moet ik aan die vriend vertellen. Maar ook: hier houdt het op. Ik heb dit gezien, word afgewezen en nu kom ik nooit meer in een tbs-kliniek. Maar een week later werd ik gebeld of ik op arbeidsvoorwaardengesprek wilde komen. Dat is nu elf jaar geleden.”

Klik hier om meer onvergetelijke dagen van collega’s te lezen.

Lees ook


Werken bij | Collega's aan het woord

Het verhaal van Geeke

Werken bij | Collega's aan het woord

De dag van Katja