De dag van Rustam

Door de hartelijke manier waarop hij afscheid nam, wist ik: oké, ik heb het goed gedaan

“Het afscheid van deze patiënt zal ik nooit vergeten. Hij was angstig en eenzaam en toen we een week eerder samen naar de woonvoorziening waren gegaan waar hij zou gaan wonen, was hij helemaal dichtgeklapt. Op de dag van zijn verhuizing waren we weer samen daarheen gegaan. We hadden al zijn spullen gepakt en hem daar geïnstalleerd. En toen was het tijd om afscheid te nemen.

Ik stak mijn hand uit, maar hij gaf me een dikke knuffel. “Bedankt voor alles wat je voor me hebt gedaan”, zei hij. “Ik weet dat wij Nederlanders niet graag knuffelen, maar vandaag doen we het op het Afghaans.” Hij had tranen in zijn ogen. Ik krijg weer kippenvel nu ik het vertel. Er sprak niet alleen dankbaarheid uit, maar ook respect naar mij toe, hij wist dat ik uit Afghanistan kom.

Het was aan het begin van mijn carrière bij De Rooyse Wissel, nu zo’n 12,5 jaar geleden. Ik was zijn persoonlijk begeleider, wat betekent dat ik alle verloven met hem had doorlopen, gesprekken met hem had gevoerd over hoe het ging en nu ook zijn vertrek naar de woonvoorziening begeleidde. We kenden elkaar dus goed en hadden een goede werkrelatie met elkaar opgebouwd.

Toen de patiënt zelfstandig ging wonen, had hij tranen in z’n ogen en gaf me een dikke knuffel.

Rustam

Deze man had bijna geen familie en vrienden. Hij was als kind ernstig mishandeld, urenlang opgesloten in een donkere ruimte. Hij had dus veel meegemaakt en daar nog altijd last van. Soms kwam hij terug van therapie en dan sloot hij zichzelf 2 of 3 uur op in zijn kamer om bij te komen. Door dat graven in zijn verleden kwam alle pijn naar boven. Hij was daarnaast heel aardig en respectvol. Zijn delict had hij gepleegd op een moment dat het hem te veel was geworden, daar had hij veel spijt van. ‘Ik kan de tijd helaas niet terugdraaien, anders had ik dat al lang gedaan’, zei hij altijd. Dat hij goed bezig was met zijn behandeling, maakte dat ik nog meer sympathie voor hem had.

Hij was ook blij met mij als zijn persoonlijk begeleider. Ik zeg altijd tegen collega’s: het zijn mensen die hulp nodig hebben, die hulp gaan wij hen bieden. We verwachten van patiënten dat ze eerlijk, open en transparant zijn en dat ze hun afspraken nakomen. Ik vind dat wij als sociotherapeuten daarin het goede voorbeeld moeten geven. Dat was voor hem heel belangrijk. Hij vond dat ik eerlijk was en hem goed behandelde.

Ik vond het dan ook echt spannend toen ik met hem op zoek ging naar een goede woonvoorziening. Het was een grote stap voor hem, weg uit zijn vertrouwde omgeving bij ons en ik vind het belangrijk dat patiënten naar een goede plek gaan. Hij had structuur nodig, dagbesteding, een plek waar hij zich veilig voelde. Een woonvoorziening moet meer zijn dan een plek om te wonen, het moet een plek zijn waar een patiënt verder kan groeien.

Later heb ik nog weleens gehoord dat het goed met hem ging, maar ik heb hem niet meer gesproken. Als patiënten weg zijn, dan vind ik dat we ons afzijdig moeten houden. Maar ik denk nog weleens aan hem. Door de hartelijke manier waarop hij afscheid nam, wist ik: oké, ik heb het goed gedaan.”

Klik hier om meer onvergetelijke dagen van collega’s te lezen.

Lees ook


Werken bij | Collega's aan het woord

De dag van Marc

Werken bij | Collega's aan het woord

De dag van Katja