Het verhaal van Luc

Ik wil me continue verbeteren. In de topsport en op mijn werk!

Luc werkt bij Werken & Leren op de afdeling Tijdsbesteding, Leren en Werken (TLW) van de Rooyse Wissel. Bij deze afdeling geven patiënten van de Rooyse Wissel invulling aan hun dagbesteding. Denk aan montage, sport, hobby en groen. In zijn vrije tijd is Luc fanatiek in het jetskiën. En inmiddels behoort hij tot de wereldtop.

Stilzitten is niets voor mij

Luc komt uit een sportieve familie. Zijn vader voetbalde bij PSV. Dus groeide hij op in een wereld die in het teken stond van trainen, wedstrijden, winnen en verliezen. Maar in de voetsporen van zijn vader treden wilde hij niet. Hij stapte op een crossmotor. Zat in de nationale selectie en schreef vele NK ’s op zijn naam. En was, met zijn 9e plaats, de beste Nederlander in het EK. Hij was 11 jaar toen hij ernstig gewond raakte bij een wedstrijd. Maar liefst 3 jaar moest Luc revalideren. En dat was voor hem, als sportman, een enorme straf. “Niets doen is echt helemaal niets voor mij. Ik had gewoon teveel energie over en die moest ik kwijt. Maar ja, wat ga je dan doen?” Zijn ouders vonden het namelijk geen goed idee om de motorcross weer op te pakken. Ze waren veel te bang dat er weer iets zou gebeuren. Tot zijn vader op een dag zei ‘er staat een jetski in de schuur, is dat niet iets voor jou?’. In eerste instantie was Luc niet echt enthousiast. Maar nadat hij zich er wat in verdiept had, besloot hij om eens naar een wedstrijd te gaan kijken. “Daar kwam ik in contact met een Fransman, die was 9-voudig WK-winnaar. Hij organiseerde een trainingskamp waar ik me voor aanmeldde. Na een weekend trainen kwam hij naar me toe en zei tegen mij ‘jij wordt een grote’.”

“Niets doen is echt helemaal niets voor mij”.

Luc

Met 117,5 kilometer per uur over het water

En niets bleek minder waar. Luc heeft al vele NK’s op zijn naam staan. En hetzelfde geldt voor kampioen van de Benelux en Europees Kampioen. Het winnen van een WK staat nog op zijn verlanglijstje. Daarvoor moet hij 3 wedstrijden op zijn naam schrijven. Een in Europa, een in Amerika en een in Thailand. Vorig jaar trok hij de stoute schoenen en ging naar Thailand. Met een snelheid van 117,5 km per uur raasde hij daar over het water. En zette tijdens de kwalificatie een veelbelovende eerste tijd neer. Tijdens de laatste training voor de wedstrijd begaf zijn jetski het. “De hele nacht hebben we doorgewerkt om hem weer aan de praat te krijgen. Uiteindelijk is dat niet gelukt. Dat was een enorme teleurstelling voor het hele team. We hadden hier maanden naar toegeleefd.” Dit jaar zijn bijna alle wedstrijden in verband met corona afgelast. Maar Luc hoopt volgend jaar weer opnieuw in Thailand aan de start te staan.

18 minuten afzien

Hoe gaat eigenlijk zo’n wedstrijd? Alle deelnemers verzamelen zich op het water achter een lint. Na het startschot wordt er ongeveer 18 minuten gevaren. In een ronde. Gemiddeld duurt een ronde ongeveer 2 minuten. Na 18 minuten volgt er, net zoals in de Formule 1, nog een laatste beslissende ronde. En wie dan als eerste over de streep komt, is de winnaar. Luc neemt ongeveer aan zo’n 15 wedstrijden per jaar deel. “18 minuten lijkt kort, maar daarna ben je helemaal kapot. Je raast zo snel over het water. En met je lichaam moet je al die kracht onder controle houden.” Luc traint 1x per week in Antwerpen. Daar ligt een speciaal parcours. Met mooi weer is hij ook op de Maas te vinden. Dit combineert hij met kracht- en conditietraining. “Alleen op maandag heb ik een rustdag. Voor de rest van de week krijg ik van mijn personal trainer een programma.” Luc trainde een tijdje met een Frans team. Maar heeft nu met behulp van sponsors zijn eigen team. “Ik heb een eigen monteur en personal trainer. Mijn neef, die ook op niveau deze sport beoefent, helpt me ook. Mijn moeder heeft de contacten met sponsoren en regelt alles voor de wedstrijden. Bijvoorbeeld dat mijn jetski op tijd arriveert. Mijn vader gaat altijd mee naar de wedstrijden. Hij is mijn coach.”

Topsport bij de Rooyse Wissel

Luc behoort nu al ongeveer 2 jaar tot de wereldtop. En combineert dit met een 32-urige werkweek bij de Rooyse Wissel. “Ik kan niet van mijn sport leven. Mijn ouders hebben er daarom altijd erop gehamerd dat ik een opleiding deed. Ik heb CIOS afgerond. Mijn werk is het belangrijkste, dat is mijn toekomst. De sport is maar een hobby.” Luc werkt op de afdeling TLW en vooral de sportblokken vindt hij het leukst om te doen. Maar een potje jeu-de-boules of klein rondje lopen met patiënten rekent hij ook goed. “Ik wil ze in beweging krijgen. De een doet dat in de fitnessruimte en de ander doet het liefst helemaal niets. Dat ik ze dan toch zover krijg om een potje tafelvoetbal met mij te spelen, ja, daar doe ik het voor!” In de TLW-blokken verzorgt Luc fitness, circuittraining, cardiotraining of speelt met patiënten voetbal of tennis. Net waar ze op dat moment zin in hebben. “Omdat ik zelf zo gemotiveerd ben, probeer ik dat ook aan hen over te brengen. Om net dat stapje extra te zetten op het moment dat ze willen opgeven. Als ze dan na een paar weken zien dat ze een betere conditie krijgen, dan ben ik daar stiekem heel trots op. En zij zelf nog meer!”

“Ik vraag ook altijd om feedback. Wat kan ik anders of beter doen? Ik wil met continue blijven verbeteren, net als in mijn sport.”

Luc

Teamwork

Wat Luc ook mee neemt uit zijn ervaring in topsportwereld is het belang van een goede communicatie. “Als een patiënt langer wil sporten, dan bel ik bijvoorbeeld eerst altijd met de afdeling om te kijken of het kan of mag. Vaak noemen ze topsporters egoïstisch, maar ik ben me er juist heel erg bewust van dat ik deel uit maak van een team. Net zoals ik in de sport met mijn monteur communiceer over wat er mis is, kan ik hier niet zonder een goede communicatie met het behandelteam. Ik vind het heel belangrijk dat we elkaar goed informeren. Al gaat het maar over hele kleine dingen. Want ik weet dat soms een heel klein detail het verschil kan maken tussen een wedstrijd winnen of verliezen”. Als nieuweling werd Luc natuurlijk in het begin een beetje getest door patiënten. Maar regels zijn bij hem regels. En die zijn vanaf het begin af aan heel helder. “Ik vraag ook altijd om feedback. Wat kan ik anders of beter doen? Ik wil met continue blijven verbeteren, net als in mijn sport.”

Lees ook


Werken bij | Collega's aan het woord

Het verhaal van Evelyne

Werken bij | Collega's aan het woord

Het verhaal van David