De Rooyse Wissel
Nieuws

Geestelijke zorg in een Forensisch Psychiatrisch Centrum: ‘Een open mind van patiënt én geestelijk verzorger is een must’

Bijzondere momenten
Mustapha Amalou is sinds 2011 Imam in forensisch psychiatrisch centrum de Rooyse Wissel. Samen met, voorheen Roger Frenken, en nu Hans Kocken, pastor vanuit de katholieke traditie, vult de geestelijke verzorging in de tbs-kliniek in. Ook een pandit, rabbijn en orthodoxe komen regelmatig bij de Rooyse Wissel over de vloer. Toen we Roger vroegen naar wat hij precies doet, zegt hij: “Ik ben met mensen onderweg. Van het moment dat je geboren wordt tot je dood”. “Als mens en als pastor mocht ik bij vele bijzondere momenten in het leven van mensen zijn”, zegt Roger. Geestelijke verzorging werkt nauw samen met andere disciplines binnen de kliniek. Mustapha vertelt daarover: “Patiënten voeren met mij hele andere gesprekken. We praten vanuit een andere insteek over onderwerpen. Maar er zijn ook zeker raakvlakken met datgene wat in een behandeltraject aan de orde komt. Denk bijvoorbeeld aan schuldgevoel in relatie tot het delict dat gepleegd is. Met relevante informatie ga ik altijd naar de behandelaar van de patiënt.” Hans Kocken, die sinds 1 september van dit jaar Roger vervangt, vult aan: “Je bent getuige van het verhaal van de patiënt dat hier nu eenmaal verweven is met de behandeling. Geestelijke verzorging bespreekt vooral levens- en zingevingsvragen. We zoeken met patiënten naar de betekenis van hun bestaan, het verleden, hun behandeling, hun hoop op terugkeer. Daarbij komt dat patiënten ook graag individuele moeilijkheden over hun leven en behandeling met een  geestelijke verzorger bespreken.”

Respect, opvoeding en vriendschap
Mustapha begon in 2011 voor drie uurtjes op vrijdag, om het vrijdaggebed te verzorgen. De heilige dag van de islam. Inmiddels is dat uitgebreid naar twaalf uur per week. In deze uren heeft Mustapha onder andere groepsgesprekken over verschillende thema’s en 1-op-1 gesprekken met de moslims in de kliniek. Tijdens de groepsgesprekken, waar 3 tot 8 mannen wekelijks aan deelnemen, komen verschillende thema’s op tafel. Denk aan respect, opvoeding, tijdsbesteding, geduld, gedrag, berouw tonen en vriendschap. Soms komen patiënten zelf met een thema. “Ook niet-moslims zijn van harte uitgenodigd om bij ons groepsgesprek aan te sluiten. En doen dat ook. Na mijn inleiding voeren we een ‘godsdienst onafhankelijk’ gesprek over het thema. Ieder brengt zijn verhaal of visie in. En daar luisteren we naar. Uiteraard geef ik ook mee hoe de Koran erover denkt. Het is aan hen om daar wel of niet iets mee te doen.”

Open mind
Een open mind van patiënt én geestelijk verzorger is dus een must. Ook Roger stond open voor alle geloofsovertuigingen. “Ik ben een open en toegankelijk persoon. Dat maakt dat ik naar de mens kijk. Niet naar zijn geloofsovertuiging. Zo heb ik bijvoorbeeld, voordat Mustapha er was, het Suikerfeest gevierd samen met patiënten. Ik vond het heel bijzonder dat ze me daarvoor gevraagd hebben. Maar als een patiënt heel graag met een geestelijke uit het boeddhisme, Hindoeïsme of uit de Joodse Traditie wil spreken, dan regel ik dat er een afspraak wordt gemaakt”. Mustapha vertelt over een patiënt die halal kookt. “Hij moest en zou een eigen pan krijgen. Ik heb hem vervolgens uitgelegd dat als je een pan die door anderen is gebruikt goed wast, ook halal is. Ja, je vraagt dan wel van hem om hier anders naar te kijken. Het is vooral een kwestie van gerust stellen en uit leggen wat binnen de context van een tbs-kliniek wel kan.”

Stiltecentrum als centrale ontmoetingsplaats
Iedere vrijdagavond om 19.15 uur is er een dienst in het stiltecentrum. Deze dienst is voor en door patiënten en vrijwilligers. “We maken de dienst samen. Dat is echt heel mooi om te zien en om te doen. We lezen bijvoorbeeld een gedicht voor of steken een kaars aan. De dienst is vooral een moment van reflectie. Dat doen we meestal aan de hand van thema. Bijvoorbeeld verbinding. Dan gebruik ik een verhaal uit de Bijbel als voorbeeld”, vertelt Hans. De opkomst tijdens de wekelijke dienst varieert van 10 tot 20 personen. Mustapha gebruikt de stilteruimte op maandag- en donderdagavond. “Dan gaan alle stoelen eruit en leggen we tapijt op de grond. Samen bidden we en zetten daarna weer alles netjes terug op zijn plaats.” Het stiltecentrum is daarmee een centrale ontmoetingsplaats voor iedereen. Een prachtig voorbeeld van hoe verschillende geloofsovertuigingen samen een weg vinden binnen de kliniek.

Ramadan zonder te vasten
Mustapha vertelt trots over 2 bijzondere momenten in de islam: het Suikerfeest en het Offerfeest. “Het Suikerfeest vieren we alleen met moslims. Bij het offerfeest is iedereen welkom. Ik zie dat veel moslims worstelen met het vasten in de kliniek. De druk van de familie is bijvoorbeeld groot of ze willen zelf heel graag tijdens de Ramadan vasten. Helaas is dit niet altijd een verstandige keuze. Patiënten hebben vaak medicatie en niets eten is dan gewoon geen optie. Daar schamen ze zich dan voor.” Mustapha gaat dan met ze in gesprek. “Dit is bij sommige moslims een lastig proces. Ze zijn zo met het vasten opgegroeid en vinden het moeilijk om te accepteren. Ik leg dan uit dat er ook andere vormen zijn, bijvoorbeeld om 5 euro per dag aan een goed doel te schenken.”

De weg naar de maatschappij
Mustapha, Roger en Hans delen hetzelfde doel. Patiënten begeleiden in hun weg naar buiten. Dat is vaak een lange weg. Met vallen en opstaan. Mustapha zegt er het volgende over: “Ik probeer ze hoop te geven en positief te stimuleren. Vaak betrek ik ook de familie daarin. Moslims zijn heel gevoelig voor bijvoorbeeld de mening van hun moeder. Maar uiteindelijk moeten ze het zelf doen. En daarvoor is heel veel wilskracht nodig. Als ze dan uiteindelijk de stap naar buiten zetten, ben ik trots.” Het draait dus om de weg terug naar de maatschappij. Roger vertaalde dit zelf als volgt: “Patiënten krijgen bij mij de kans om een bladzijde uit het verleden om te slaan. Een nieuwe blanco bladzijde te maken. En ik leer ze dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor wat ze op die bladzijde neerzetten. Zo kijk ik bijvoorbeeld met patiënten naar wat wel goed gegaan is in het leven. Soms zijn ze gewoonweg vergeten om ook daar naar te kijken. En dat geeft hoop voor de toekomst."