De dag van Thijs

Toen voelde ik hoe het is om nergens welkom te zijn’

“Ik begeleid cliënten bij hen thuis, op het werk of op een andere plaats waar ze begeleiding nodig hebben. Voor een deel van hen is die begeleiding een voorwaarde vanuit de reclassering, maar er zijn ook cliënten die door de huisarts zijn doorverwezen. Dat gebeurt bijvoorbeeld als ze voor veel overlast zorgen en de gemeente of politie daar melding van heeft gemaakt bij de huisarts. Dat laatste geldt ook voor de man die mij leerde hoe het voelt om buiten de maatschappij te vallen.

De man is dakloos en elke keer zijn pinpas kwijt, dus we hadden met zijn bewindvoerder afgesproken dat wij zijn geld beheren en dat hij elke dag een klein bedrag bij ons kan ophalen. Toen hij een paar maanden geleden een winterjas nodig had, wilden we hem daar geen geld voor geven. De kans was te groot dat hij daar drugs van zou kopen. Daarom spraken we af dat we die dag samen een jas voor hem zouden kopen.

Het is een jonge man die op straat woont, omdat hij door zijn gedrag elke keer wordt weggestuurd uit woonvoorzieningen. Veel mensen in zijn stad kennen hem omdat hij bijvoorbeeld op straat loopt te schreeuwen. Heel vervelend gedrag, maar wat mensen niet weten, is dat hij dat doet om uiting te geven aan zijn pijn en het onbegrip dat hij ervaart.

‘Toen voelde ik hoe het is om nergens welkom te zijn’

Thijs

Die ochtend hadden we afgesproken in het centrum. Ik kwam aanfietsen en hij stond er al, weggedoken in een deken. Hij wenkte mij uitbundig en ik zag de ergernis in de ogen van voorbijgangers: daar loopt hij weer te schreeuwen. Maar hij was juist heel aardig naar mij toe.

Ik sprak met hem af dat hij niet zou schreeuwen in de winkel en we liepen samen de winkelstraat door. Hij dook steeds dieper weg in de deken. Ik dacht eerst dat hij het koud had, maar gaandeweg realiseerde ik me dat hij zich ook probeerde te verbergen, omdat hij vaak wordt uitgejouwd en mensen hem door zijn gedrag liever niet zien. Hij wilde die pijnlijke confrontatie niet.

In de winkel ontweek hij mensen, maar mensen in de winkel ontweken hem ook. Ze liepen met een boog om hem heen. Bij de kassa hielden mensen in de rij meer afstand van ons dan van anderen. Hoe langer we binnen waren, hoe verder hij wegdook in zijn deken. Ik voelde bijna hoe hard hij probeerde om daar niet te zijn. Het deed me denken aan Harry Potter, die in de eerste film een deken om zich heen sloeg en daardoor onzichtbaar werd. Hij had op dat moment dolgraag die deken gehad.

Zelfs bij het afrekenen voelde hij dat hij niet voor vol werd aangezien. Hij gaf de jas aan de caissière, maar ik rekende af. Als een klein kind stond hij naast me. We liepen de winkel uit, hij bedankte me en verdween zo snel mogelijk uit het centrum.

Ik denk nog vaak terug aan die dag. Ik heb me vaker afgevraagd hoe het moet zijn als je zo buiten de maatschappij staat, die ochtend denk ik dat heel even echt gevoeld te hebben. Het raakte me, en het maakt me nog steeds verdrietig. Deze man kent het gevoel ergens bij te horen niet en voelt zich nergens veilig.

Die jas was na een paar dagen verkocht zodat hij drugs kon kopen, daarover maak ik me geen illusies. Maar ik zie het glas graag halfvol: we hebben contact gehad, even kwamen onze werelden – die zo van elkaar verschillen – bij elkaar. We hebben gebouwd aan het vertrouwen en respect voor elkaar en ik begrijp hem wat beter. En ik denk dat hij dat ook voelt, want hij komt vaker langs om een praatje te maken.”

Klik hier om meer onvergetelijke dagen van collega’s te lezen.

Lees ook


Werken bij | Collega's aan het woord

De dag van Marc

Werken bij | Collega's aan het woord

De dag van Katja